Het wethouderschap: loopbaanrisico of talentontwikkeling?

Het ambacht van raadsleden, burgemeester en wethouders vergt professionele aandacht! Mét dat uitroepteken. Dit is de hoofdconclusie van het adviesrapport ‘Niet alleen een ambt, ook een ambacht’ dat de Raad voor het Openbaar Bestuur (Rob) onlangs het licht liet zien en waarover Publiek Domein een mooi gesprek organiseerde.


Rodney Weterings
Trouwens, niet voor het eerst dat er wordt gepleit voor professionalisering van lokale politieke en bestuurlijke ambtsdragers. De basale kritiek op dit pleidooi is ook niet nieuw: lokaal bestuur bestaat toch bij de gratie van de alledaagse nabijheid en herkenbaarheid van deze mensen? Professionele standaarden scheppen doorgaans makkelijker afstand dan nabijheid. En werken eerder vervreemding dan herkenbaarheid in de hand. Wat maak je (nog meer) stuk door nota bene lokale ambtsdragers in een professioneel korset te dwingen?

Belangrijker dan ooit

Tegelijk is de nieuwe aandacht die de Rob vraagt voor professionalisering actueel en legitiem. Denk alleen maar aan de drie decentralisaties. Die zijn niet alleen hondsingewikkeld, maar hebben ook grote betekenis en impact in de kwaliteit van het persoonlijk leven van hele grote groepen (afhankelijke) mensen. Daar mag doorwrochte deskundigheid en professionaliteit van raadsleden tegenover staan. Me dunkt. En maatschappelijke verbanden waarin door gemeenten wordt gewerkt aan onderwijs, culturele, sportieve en economische ontwikkeling zijn zo omvangrijk en complex geworden dat een beetje meer wethouderlijk gewicht in de schaal geen overdreven luxe is. Daarbij is in veel gemeenten – zowel in steden als op het platteland – het dagelijks leven op vrij grote schaal, en vaak nogal indringend, verweven geraakt met georganiseerde criminaliteit. Daar horen burgemeesters bij die alles uit de kast weten te halen om terug te slaan. Lokaal bestuur is, inhoudelijk gesproken, belangrijker dan ooit.

En toch wringt het advies. Met name voor wethouders. Zo langzamerhand een wet van Meden en Perzen: één op de drie wethouders wordt voortijdig naar huis gestuurd. Ook is de kans minder groot geworden dat je als wethouder die wél overleeft een tweede periode wordt gegund. En als je (al dan niet gedwongen) uit dit prachtige ambt stapt, blijken werkgevers bepaald niet op je te zitten wachten. Dat is een understatement. Zo was er een oud-wethouder van een toch wel ferme stad die van zijn loopbaanadviseur het advies kreeg zijn zevenjarige wethouderschap een beetje weg te moffelen op zijn cv. Onder het kopje bestuurlijke ervaring, net boven het penningmeesterschap van de tennisvereniging. En oh ja, en als je dan thuis zit zonder werk, dan oogst je ook nog eens de publieke toorn vanwege het wachtgeld dat je in de tussentijd ontvangt.

Wethouders lopen risico’s

Lokale politiek is niet voor bange mensen. Als wethouder loop je nu eenmaal risico’s. In het volle licht van publieke schijnwerpers. En daar moet je tegen kunnen. Maar talent prikkelen voor het wethouderschap is hen óók vragen om een kans te grijpen. Voor hun gemeente. Maar ook voor de eigen professionele ontwikkeling. Hierom is het zeker geen zotte conclusie van het Rob dat lokale ambtsdragers gebaat zijn bij meer toegewijde aandacht voor hun professionele functioneren. Geen oog voor het ware talent, zonder de ware eerbied hiervoor.

Hoe prachtig het ambt ook is (want dat is het!): het wethouderschap is op weg een hachelijke zaak te worden. Een loopbaanrisico. Een ambt waarvoor je een serieuze carrière elders eigenlijk niet moet onderbreken. In het Rob-advies wordt hiervan op geen enkele manier gewag gemaakt. Een onbewuste blinde vlek? Of een ongemakkelijke en daarom onbesproken werkelijkheid?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.