home > over ons > nieuwsbrief

Gemeenteambtenaren als nomaden

Auteur(s): Henk Gossink, Jan van Ginkel

‘Pas als de puzzel niet past, word ik effectief.’

Ergens op een industrieterreintje dat is vastgeklonken aan Bleskensgraaf meld ik mij voor een gesprek met vertrekkend gemeentesecretaris Jan van Ginkel. Hij heeft leiding gegeven aan de ambtelijke fusie van de drie gemeenten Graafstroom, Liesveld en Nieuw-Lekkerland tot De Waard, de werkorganisatie van de nieuwe gemeente Molenwaard. Nu vertrekt hij naar de gemeente Schiedam voor een nieuwe spannende opgave. Op zijn laatste werkdag spreek ik met hem over identiteit en vernieuwing, de rijkdom van het systemische perspectief en de mogelijkheden voor reflectie binnen het systeem waaraan je werkt.
  

Jan haalt me op bij de receptie en loopt met me mee naar buiten. Hij neemt me mee naar een klein tentje, dat medewerkers hebben opgezet. Zijn laatste werkdag is hier, zo vertelt Jan me, omdat hij de ambtenaren van de toekomstige gemeente heeft vergeleken met nomaden. De nieuwe gemeente zal geen gemeentehuis kennen. Geen frontoffice en geen backoffice. De ambtenaren zullen op ‘aanlandplekken’ inpluggen. Zij zijn dan te gast bij de samenleving van De Molenwaard. Gesprekken met burgers zullen zoveel mogelijk bij de bewoners zelf plaatsvinden. Deze volstrekt nieuwe vorm van werken en de metafoor van de nomaden heeft medewerkers geïnspireerd om Jan te verwelkomen met een tocht op een kameel en vervolgens de drie colleges te laten vergaderen in het kleine tentje. We zitten wat opgevouwen op campingstoeltjes en voeren het gesprek waarvoor ik was gekomen.

Impasse, identiteit en innovatie
‘Molenwaard kiest ervoor om de dienstverlening én de dienstverleners letterlijk naar de samenleving te brengen. Het heeft mij verbaasd dat in alle publiciteit zo weinig mensen werkelijk hebben gepeild waar het Molenwaard om gaat bij dit punt. Het ontbreken van een gemeentehuis is niet de kérn, maar slechts een logisch gevolg van de ambitie om het proces te faciliteren om tot nieuwe vormen van interactie met burgers te komen.’ Jan schetst hoe deze radicale stap mogelijk werd. ‘Er was een totale impasse. De colleges noch de raden kwamen er meer uit. De kans dat we het eens zouden worden over de locatie van het gemeentehuis was echt heel klein. Ik weet nog dat ik ’s ochtends tegen mijn vrouw zei: “Ik weet niet of ik vanavond nog een baan heb.” Op een gegeven moment heb ik tegen de colleges gezegd: “Vinden jullie het goed als ik probeer een oplossing te vinden?” Toen ben ik met een paar mensen de gebouwelijkheid van al onze gemeentelijke functies in kaart gaan brengen. Dat leidde tot dit voorstel. De raden hebben het ‘s avonds, na een presentatie van vijf kwartier en een langdurige schorsing, een kans gegeven. Dus ik had nog werk toen ik thuis kwam.’ Hij grijnst.
Moeiteloos schakelt Jan van Ginkel van anekdote naar analyse: ‘Als gemeentesecretaris zit ik natuurlijk altijd op de grens van verschillende systemen, tussen ambtenaren en politiek. In dit geval ook tussen de fuserende gemeenten in. Hoe meer er verandert aan die grenzen, hoe groter de kans op vernieuwing. Zo bezien moest er hier haast wel iets nieuws gebeuren. Dat heeft niet zozeer te maken met mij, maar met het systeem.’ Ik heb moeite met de bescheidenheid die hieruit spreekt. Ergens schuurt het met wat hij met de impasse heeft gedaan. We kauwen er nog wat op en komen dan tot de conclusie dat Jan zijn positie op de grens van systemen definieert. Dat is ongebruikelijk. Hij benadrukt niet dat hij ‘aan het hoofd’ van een organisatie staat, maar dat hij die organisatie verbindt met bestuur, met politiek, met andere organisaties. Hij plaatst zich aan de grens: ‘Identiteit wordt ontwikkeld op de grens van het systeem en daar zit de innovatie. Mijn werk bestaat er uit situaties te creëren van waaruit vernieuwingen tot stand kunnen komen. Dat betekent dat je toch naar de grensvlakken van verschillende systemen moet kijken. De vruchtbare spanningen die je daar kunt aantreffen, moet je vervolgens organiseren. Die spanningen zijn belangrijk. Ik word pas effectief als de puzzel niet past.’ 

Vernieuwing vormgeven
Een fusiegemeente heeft, zeker in de eerste periode, een onduidelijke identiteit. De oude delen concurreren met het nieuwe geheel en er is geen gedeelde historie om op terug te vallen. Dat maakt het lastiger voor belanghebbenden om zich echt te verbinden met de nieuwe organisatie. Jan van Ginkel zegt hierover: ‘Een culturele identiteit is niet los te koop. Hierin heb ik als gemeentesecretaris wel een leidende rol door drie fasen heel bewust te timen. In de eerste plaats moeten mensen zien dat jij je verbindt met een wenkend perspectief. Dat perspectief was in ons geval dat de ambtelijke organisatie vooropging in de ontwikkeling van de nieuwe gemeente. We noemden dat ook wel de omgekeerde herindeling. In de tweede fase verrijk je het perspectief voortdurend met aanpalende alternatieven. Die voortdurende verrijking houdt je verbonden. Een bewegend doel triggert immers veel meer dan een fixatie. De derde stap is onomkeerbare stappen zetten. Het afbreken van dit gebouw (Jan wijst vanuit het tentje naar het tijdelijke onderkomen), is zo’n stap.’   

Eenzaamheid, vernieuwing en reflectie
De heldere visie op het vormgeven van vernieuwing doet niets af aan de worstelingen die Jan als gemeentesecretaris heeft doorgemaakt. In aanloop naar het gesprek had hij al op die worstelingen gewezen. Hoe kan het dat een voortvarende vernieuwer zich somber toont over het vermogen tot reflectie in het lokale bestuur? Opnieuw koestert Jan het systemische perspectief: ‘Het gaat mij vooral om de mogelijkheid om binnen het systeem te reflecteren. Naar mijn idee is de politiek bestuurlijke omgeving per definitie geen reflexief systeem. Daarvoor spelen kwetsbaarheid, belangen en macht een te grote rol. De afgelopen vier jaar heb ik stevig doorleefd wat meervoudige loyaliteit is, namelijk midden in een piramide van systemen staan die bijeengehouden wordt door het cement van belangen en dan tóch dienstbaar zijn. Met behoud van eigen authenticiteit én eigen deelbelangen. Wellicht is de gemeentesecretaris, samen met de burgemeester, de eenzaamste in het lokale bestuur. Aan de andere kant zit daar dan ook weer de meeste vernieuwing.’ Zo is bij Jan van Ginkel zelfs een verzuchting doordesemd van vernieuwingskansen.  

Ir. Jan C. van Ginkel MCM was tot voor kort gemeentesecretaris van Graafstroom, Liesveld en Nieuw-Lekkerland en algemeen directeur van De Waard. De Waard is op 1 juli 2009 ontstaan als ambtelijke fusieorganisatie van de drie zelfstandige gemeenten die op 1 januari 2013 herindelen tot de nieuwe gemeente Molenwaard. Per 15 september 2012 is Van Ginkel benoemd als gemeentesecretaris/algemeen directeur van de gemeente Schiedam. In 2001 nam Jan deel aan de leergang SBG (Strategisch Bewegen in Gemeentelijke krachtenvelden) van Publiek Domein. 

« Terug
« Artikelen zoeken