Nieuwsbrieven

Dagboek van een lezer

- Nieuwsbrief: 2005 voorjaar
- Rubriek: Boekentip
- Auteur(s): Andr

Alberto Manguel
Uitgeverij Ambo/Anthos, Amsterdam / 2004
Vertaald door Patty Adelaar
ISBN 90 263 1864 2

Eigenlijk hoort, naast de naam van de schrijver, ook die van de lezer op de titelpagina van een boek te staan: ze brengen gezamenlijk het boek tot stand.

Lezen is de gewoonste zaak ter wereld. In tegenstelling tot vroeger tijden leren we het nu allemaal. Niet meer als exclusief voorrecht voor geleerden en bemiddelden maar gewoon behorend bij het basispakket aan vaardigheden. We dóen het ook. Vrijwel ongemerkt, onafgebroken gedurende de dag lezen we informatie die in grote hoeveelheden over ons uitgestort wordt. Het is zo gewoon als ademhalen, een motor die ons doet functioneren in het dagelijks leven. We gebruiken het als middel om het bestaan te begrijpen, te verduidelijken, elkaar daarover te vertellen en weer achterom te kijken.

Maar waarderen doen we lezen niet. Het is een vanzelfsprekendheid. Handig in gebruik, gemakkelijk in de communicatie, maar het moet niet vervelend worden. Zoals bijvoorbeeld het lezen van een boek.

Ontluikende liefde
In de taalvakken op de middelbare school was het al dan niet verplicht lezen van boeken ook voor mij een zware opgave. Waar als kind het lezen nog een nieuwe, spannende ontdekkingstocht was, met Arendsoog over de prairie en met Bontekoe op de wereldzeeën, werd als puberend literatuurlijst-slachtoffer al snel duidelijk dat het lezen van boeken behoorlijk uncool was. Dat deed je niet of in ieder geval niet vrijwillig. Een ontluikende liefde voor literatuur aan de dag leggen was voor de omgeving een zeer verdachte zaak. En laten we wel wezen, er waren toen hele andere, belangrijkere zaken aan de orde. Ontluikende liefde, ja. Literatuur, zeker niet.

Pas met de studie kwam weer een voorzichtige belangstelling. De studerende wereld leeft meer in boeken maar er was opeens ook een bewuste leesdrang bij mijzelf, mede onder invloed van de boeklezenden om mij heen. Een leeshonger die wild om zich heen begon te slaan, alsof er veel ingehaald moest worden, maar die slechts langzaam structuur kreeg. Het gebruik van de bibliotheek werd afgeschaft: er werd met de weinige financiële middelen vooral veel tweedehands gekocht. Boeken die je zo eigen zijn geworden dat je je niet kunt voorstellen ze niet elk moment van de dag in de hand te kunnen nemen. Om weer door te bladeren, het gewicht in de hand te wegen, het ritselen van de pagina's te horen.

Zo is gestaag een boekenplankje tot boekenstapel tot boekenkast tot boekenkamer gegroeid.

Mijn lezen heeft zich ontwikkeld als in een wonderlijke tijdmachine. Enerzijds boeken van bekende of nog onbekende auteurs in het hier en nu. Aan de andere kant lees ik de literatuur uit het verleden door regelmatig een klassieker te pakken. Flauberts ‘Madame Bovary' na ‘De asielzoeker' van Arnon Grunberg, vervolgens de ‘Max Havelaar' en dan weer de laatste roman van Umberto Eco. Zo ontstaat voorzichtig een persoonlijke canon waarbij je ook nog eens van twee walletjes eet.

Het blijft eenrichtingverkeer, dat gretige lezen. De impact van een boek maakt je tot een stille gebruiker en genieter. De inhoud kan zo indrukwekkend zijn dat je je niet meer bewust bent van het feit dát je leest. Er worden als vanzelf letters tot woorden, woorden tot zinnen en zinnen tot verhalen ge-bouwd, met het rotsvaste vertrouwen dat de schrijver het ook met die bedoeling opgeschreven heeft. En zo moet het ook; als lezer dien je ongemerkt in een boek te verdwijnen, op te lossen, en ja, om het eens verheven te zeggen: om er gelouterd weer uit te komen. Die laatste pagina's wegwerken en dan langzaam weer te ontwaken.

Levend object
Het boek blijft ook actief in het hoofd van de lezer. Het nestelt zich in het geheugen en kan een blijvende invloed uitoefenen. Een boek is nooit uit.

Dat is waar Alberto Manguel over schrijft in ‘Dagboek van een lezer'. Een ode aan het lezen, met boeken omgeven door het leven gaan, het tot je laten doordringen van het geschrevene en de invloed ervan kunnen reflecteren op de wereld om je heen. Het boek als levend object.

Manguel herleest op een dag een boek dat van persoonlijke betekenis is. Hij tekent zijn bevindingen op in een dagboek en beseft zich dat de hernieuwde kennismaking een stroom van herinneringen teweegbrengt aan andere tijden en plaatsen maar tegelijk betekenis geeft aan het heden. Het verrast hem zozeer dat hij een jaar lang verschillende klassieke meesterwerken leest en zijn dagboek laat uitgroeien tot een verzameling essays over de samenhang tussen literatuur en de dagelijkse ervaringen.

Hij hervindt de persoonlijke relatie die hij nog steeds blijkt te hebben met boeken als Cervantes ‘Don Quichot', met ‘Die Wahlverwandtschaften' van Goethe en ‘De wind in de wilgen' van Kenneth Grahame. Manguel brengt de ontboezeming van Chateaubriand weer aan het licht, van zo'n twee eeuwen geleden in ‘Memoires van over het graf'. "Moord kan in mijn ogen nooit een object van bewondering of een pleidooi voor vrijheid zijn; ik ken niemand die slaafser, verachtelijker, laffer en bekrompener is dan een terrorist," en schrijft in zijn dagboek over de op dat moment plaatshebbende herdenking van de aanslag op het World Trade Center in New York.

In een slapeloze nacht ontdekt hij dat Cervantes, in zijn liefde voor het lezen ‘zelfs de stukjes gescheurd papier op straat' las. Het lezen houdt hem dan ook wakker: "Lezen is voor de slapeloze de bezigheid bij uitstek."

Hij schrijft over de nachtmerrie van Don Quichot, waarin de barbier en de pastoor opperen de bibliotheek van de dolende ridder dicht te metselen ‘om ergere waanzin te voorkomen'. Manguel begrijpt dat die droom de vreselijke ontdekking kan betekenen dat ook zijn eigen bibliotheek op een dag verdwenen is: "Ik zou denken dat ik niet langer was wie ik was." Een bibliotheek is een zelfportret, een ‘biecht van geheime geneugten', en we blijven tegelijkertijd op de hoogte van de voortgang van de inrichting van Manguels bibliotheek in zijn nieuwe Franse huis. Wanneer hij naar zijn boeken kijkt heeft hij de geruststellende gedachte dat ze alles bevatten wat hij wil weten: "Alsof ze een aanvulling zijn op mijn huid."

Tennisspeler
En zo denderen we door. Manguels zintuiglijke interpretaties van zijn herlezen boeken zijn ontwapenend. "We lezen wat we willen lezen, niet wat de auteur heeft geschreven," zo stelt hij. Hij associeert er lustig op los en legt verbanden die herinneringen terughalen en overpeinzingen teweegbrengen die weer nieuwe boeken van de plank doen trekken. Zijn lezen hecht zich aan alles wat hij doet. Hij is als een tennisspeler in een lange rally: er wordt over en weer gekaatst en de bal is altijd terug te verwachten, in welke hoek dan ook.

De boeken die Manguel als leidraad dienen zijn mij voor een deel onbekend en dat verklaart ook de lichte aarzeling bij het openslaan van dit boek. Maar Manguel beschrijft al zijn leeservaringen zo beeldend en voelend dat het geen verschil maakt. Hij opent een schatkist die de universele kracht van literatuur weergeeft, zijn eigen pareltjes waarvan het bijzondere zich langzaam uit de alledaagsheid omhoog werkt.

Ik heb een boek altijd gezien als reisgids. Of een pakketje romantiek. Een klein paradijs tussen twee schutbladen. Ik stap daarin, neem kennis van de inhoud en dompel me onder in de wereld die de schrijver me voorspiegelt. Maar sinds de lezing van ‘Dagboek van een lezer' ben ik niet meer alleen een consumerend lezer. Ik besef me dat een boek veel met mij kan doen, dat het doorsijpelt en kleur geeft aan mijn ervaring, me in richtingen duwt die ik onbewust laat gebeuren.

Mentaal tovermiddel
"Elk boek beïnvloedt op een grillige manier hoe ik het boek erna lees," verklaart Manguel. En dat is een ervaring die ik met hem deel: na het uitlezen van een boek is er niets gelukzaliger dan voor een boekenkast te staan, met je ogen over de ruggen te gaan en een afweging te maken welk boek als volgende gelezen kan worden. Het moet goed passen en tegelijkertijd een contrast vormen, zodat er voldoende ‘afstand' blijft tussen de boeken.

En dan de trein weer in. Amsterdam - Rotterdam en vice versa. Ruim twee uur hoge kwaliteit leestijd! Luidruchtige reizigers  en mobiele telefoons uit de weg gaan. Inmiddels weet ik wat er zo sensationeel is aan het lezen in een trein, het is iedere lezer aan te raden: je verdiept je in een boek, je verliest je erin, terwijl je opgesloten in een ruimte razendsnel voortbewogen wordt. Je kunt geen andere kant op, er rest je niets dan door te lezen. Lichaam en geest zijn op reis.

In de Boekenweek van dit jaar werden we weer bedolven onder boeken en aanverwante activiteiten, maar de ontroerendste regels las ik in de krant: "Literatuur is aambeeld, kruitvat en doofpot tegelijk. Maar bovenal is ze, in haar
meesterwerken, een mentaal tovermiddel, dat het alledaagse kan verheffen tot eeuwigheid." Woorden die Alberto Manguel op het lijf geschreven zijn.

André van Dijk / HEFT, ontwerpbureau voor o.a. de Nieuwsbrief van Publiek Domein / www.heft.nl

Meer informatie: http://www.heft.nl

« Terug
« Artikelen zoeken