Nieuwsbrieven
Leen Verbeek
- Nieuwsbrief: 2009 najaar
- Rubriek: Wat mij bezighoudt
- Auteur(s): Leen Verbeek
Sinds november 2008 is Leen Verbeek Commissaris van de Koningin in Flevoland. Daarvoor was hij onder andere burgemeester van Purmerend, wethouder in Houten en directeur-eigenaar van een bedrijf voor interim-management en consultancy in overheidsprojecten. In deze bijdrage schetst hij wat hem bezighoudt in zijn nieuwe werkomgeving. In de afgelopen jaren heeft Publiek Domein diverse ontwikkeltrajecten voor medewerkers van de provincie Flevoland verzorgd rondom politiek-bestuurlijke gevoeligheid en teamontwikkeling.
Het is avontuurlijk om verandering van werk en werkomgeving te ondergaan. Tot voor kort was ik nog burgemeester van Purmerend. Nu ben ik Commissaris van de Koningin in Flevoland. Nieuwe onzekerheden, nieuwe mensen, nieuwe vraagstukken, nieuwe werkomgeving. Voor wie daar van houdt een benijdenswaardige positie. Naast alle veranderingen die mijn geest scherpen, herken ik ook terugkerende vraagstukken. Weliswaar in een nieuwe context, maar toch: wederkerende puzzels die in veel dossiers aan de orde komen.
Al geruime tijd houd ik mij bijvoorbeeld bezig met het openbaar vervoer in ons land. Als voormalig portefeuillehouder Openbaar Vervoer was ik verantwoordelijk voor de aanbestedingen van de concessies in de Metropool Regio Amsterdam. Het openbreken van de vervoermarkt bleek in ieder geval in de eerste ronde bijzonder lucratief voor de regionale overheid en daarmee voor de reizigers. Nieuwe concessies leverden soms 40% tot 60% meer dienstregelinguren op voor hetzelfde geld. Waarachtig een fors resultaat. In dit dossier zijn veel ervaringen gedeeld tussen de verschillende decentrale overheden.
Zelf vind ik een opvallend leerpunt dat wij in dit proces veel aandacht hebben besteed aan vervoersbedrijven en te weinig aandacht hebben gehad voor de ontwikkeling van onze eigen rol als opdrachtgever. Bestuurders en ambtenaren hebben in de afgelopen zes jaar veel kunnen leren als het gaat om het goed vervullen van deze opdrachtgeverrol. Een belangrijke vraag daarbij is hoe goed wij in staat zijn om te beoordelen of het werk dat wij doen kwalitatief goed genoeg is voor de vraagstukken waarvoor wij staan. Er is nog vaak sprake van trial and error.
Ook in mijn huidige werk als Commissaris van de koningin in Flevoland stel ik deze vraag in meerdere dossiers. Hebben we voldoende kennis in huis? Zijn de stukken kwalitatief goed genoeg? Is de gemaakte analyse van hoogwaardige kwaliteit? Hebben we de mensen in huis die een dergelijk dossier aankunnen? In gesprekken met onze ambtenaren en bestuurders vraag ik aandacht voor professionaliteit. Ik zie graag in de stukken terug dat de schrijver zijn of haar deskundigheid etaleert en trots is op zijn vak, dat hij staat voor wat er geschreven wordt. Ik zie graag dat die trots leidt tot een inbreng in gesprekken met mij als bestuurder waarbij er daadwerkelijk wordt bijgedragen, waarbij men het met mij oneens durft te zijn en waarbij creatieve, vakkundige oplossingen worden aangedragen.
Wat mogen we van onze medewerkers verwachten? Zou het niet goed zijn om de casussen die we in de praktijk als bestuurders meemaken te bespreken in HBO en universitaire opleidingen? Is het mogelijk opleidingen te prikkelen om deze kwalitatieve en cognitieve vragen aan de orde te stellen? Of ben ik onredelijk en stel ik te hoge eisen die eerder problemen veroorzaken dan oplossen? Vooralsnog heb ik de ervaring dat hier positief op wordt gereageerd. In ieder geval degenen die het prettig vinden om te worden uitgedaagd, zijn bereid dit ook uit te spreken. Degenen die dat niet prettig vinden heb ik nog niet gehoord, maar ook daar kan ik me wel iets bij voorstellen.
« Terug« Artikelen zoeken


