Maatwerk verhalen
De hei op met onweer
De uitnodiging van de burgemeester voor een sessie met college en directie leek zo onschuldig: ‘We zijn nu twee jaar op weg en met deze club willen we de rit afmaken. Het is goed om elkaar in de ogen te kijken. Jullie kennen onze wethouders, dus het leek ons goed als jullie één en ander in banen leiden.'
De bereidheid om daarvoor maar liefst twee dagen ‘de hei' op te gaan doet echter wat alarmbellen rinkelen. 
Twee programmaleiders brengen het college in beeld en komen tot enkele typeringen: ‘Ambitieus', ‘gedreven', ‘vrolijk' - er wordt veel gelachen -, maar ook ‘los zand', ‘stelletje kleine zelfstandigen', ‘goedwillende amateurs'. We kijken wat dieper naar de persoonlijkheid en stijl van de verschillende individuele bestuurders en vragen hen om bij een paar mensen wat feedback op te halen. Zij constateren dat veel interne discussie over modellen gaan: ‘besturingsmodel', ‘directiemodel' en ‘verantwoordingsmodel'. Na een uitgebreide beschouwing concluderen de programmaleiders: ‘Laten wij het dan maar praktisch maken, zolang het over het model blijft gaan, hoeft het niet over de werkelijkheid te gaan.'
Aan het begin van de sessie dragen de programmaleiders typeringen voor. Van positief naar steeds kritischer. Bij ‘kleine zelfstandigen' begint de wethouder Ruimtelijke Ordening te lachen: ‘Ja en dan nog wel ZZP'er, zelfstandige zonder personeel, want daar mag alleen Wim (de gemeentesecretaris) over beschikken'. De bestuurders lachen, de directieleden reageren gereserveerd en de burgemeester kijkt een beetje bezorgd. Zo zal het vaker gaan, deze hei dagen. Tegen de avond barst de bom als één van de directieleden op de vraag ‘wat verwacht je van het college?' antwoord in staccato: ‘Ik verwacht dat zij zich aan de afspraken houden, dat ze hun plaats kennen en dat zij mijn rol respecteren'. Er valt een lange stilte. Eén van de begeleiders kijkt even naar buiten en merkt zachtjes, maar voor iedereen hoorbaar op: ‘Onweer komt meestal tegen de avond'.
Aan het eind van de tweede dag wordt er net zo vaak gelachen als de dag ervoor, maar er is ook iets veranderd. Het college lacht iets vaker om zichzelf en de directieleden lachen harder mee. De burgemeester sluit de bijeenkomst af en kijkt tevreden rond: ‘Volgens mij is de lucht goed opgeklaard. Daar was wat donder en bliksem bij nodig, maar ik voel mij daar goed bij en ik denk wij allemaal'.


