Kritisch, zakelijk en inspirerend
De afgelopen maanden ging Etske Kroon in gesprek met Dorthe Schipperheijn (programmadirecteur economische stimulering gemeente Heerlen), Welmoet Spreij (manager Ontwikkeling en programma's WMO servicecentrum, gemeente Amsterdam) en Arjan van Gils (gemeentesecretaris gemeente Rotterdam), alledrie lid van de Programmaraad van de Leergang Operationeel Leiderschap. Etske stelde hen de vraag: wat zie je de komende periode in jouw organisatie als de belangrijkste ontwikkelingen en welke eisen stellen deze ontwikkelingen aan het middenkader? We delen enkele inzichten uit deze gesprekken graag met u.Zowel Welmoet als Arjan geven aan dat de huidige reorganisatie- en veranderprocessen niet meer alleen gericht zijn op verbetering maar ook op versobering. Welmoet: "Bezuinigingen vorm geven, doen we door het werk slimmer in te richten én door meer met partners samen te werken. De problematiek is daarbij meer leidend dan een overall (beleids-)visie over hoe wij als gemeente vinden dat de wereld eruit zou moeten zien". Dat vraagt managers die praktisch en zakelijk kunnen werken, verbindingen kunnen leggen met de politiek en de mensen in de praktijk, en daarin bovendien een helicopterview kunnen houden. Die steeds kritisch kunnen zijn op de vraag wat moet en wat niet hoeft. Managers zich steeds afvragen: Waar willen we invloed op, moeten we dat zelf vormgeven of zou dat ook samen kunnen, welke kaders moeten we dan stellen en hoe kunnen we daarop sturen?
Ook Arjan vraagt van zijn managers steeds meer een kritische houding. "Er is minder geld dus alle voorstellen moeten veel beter onderbouwd worden. Nu gebeurt dat toch nog vaak ritueel (is er dekking?) maar dat moet veranderen". Hij vraagt een pro-actieve en kritische houding. Het gaat dan om het stellen van vragen als: Wat doen we voor dit geld, waarom moeten we dit doen en kan het ook met minder? Wat zou dat betekenen voor onze dienstverlening? "Geld was vaak iets van de controller maar dat moet nu echt anders".
Dorthe voegt hieraan nog toe: "Van het middenkader wordt nu echt verwacht dat ze veel scherper sturen op bedrijfsvoering. Dat betekent dat het instrumentarium hiervoor op orde moet zijn én dat je zelf in staat moet zijn om hiermee te sturen. Heb je scherp inzicht in de opbouw van de eigen geldstromen, output, capaciteit? Ben je in staat hierop te sturen en verantwoording af te leggen, ook richting politiek? Kun je je cijfers lezen? En durf je een rechte rug te houden als dat van je gevraagd wordt?"
Gaandeweg ontstaat het beeld dat de nieuwe manager vooral kritischer en zakelijker moet worden. Wordt people management dan minder belangrijk? Nee, zeggen alledrie de gesprekspartners. Door de bezuinigingsopgave en bijvoorbeeld een personeelsstop moet het werk met minder hulp van buiten geklaard worden. Dat vraagt van leidinggevenden om mensen te motiveren om elan te houden, om creativiteit los te maken. Het vraagt ook om het benutten en laten ontwikkelen van talenten in eigen huis en scherp sturen op rollen: wat vraag je van een ieder en is iedere medewerker in staat deze rol ook in te vullen? Juist als het met minder moet, wordt kwaliteit steeds belangrijker.
Soms is daar toch een investering voor nodig. Arjan: "De bezuinigingen en daarbij horende nieuwe vraagstukken goed oppakken, in samenwerking en afstemming met het nieuwe politieke klimaat, zonder externe inhuur maar met eigen mensen (en ook nog eens met minder mensen): het zijn pittige klussen. Zo bezien is het logisch dat je dan op zijn minst nog wel in het gereedschap van je mensen investeert door op te leiden. Dat is bovendien duurzamer dan het inhuren van externen."
Ik sluit mij natuurlijk graag aan bij deze laatste opmerking en zie ernaar uit om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van een nieuwe groep leidinggevenden in de 23e editie van onze Leergang Operationeel Leiderschap, die start in januari 2011.
Etske Kroon
« Terug naar de vorige pagina


